“Omdat het zo hoort” was voor een vorige generatie genoeg. Voor deze niet.
Tijdsgeest Een nieuwe lichting starters is net binnen. De vraag die ze meenemen is niet óf er leiding moet zijn, maar waarom op deze manier.
Deze weken lopen er op veel plekken nieuwe starters binnen. En met hen een bekend verhaal: jongeren hebben niks met hiërarchie. Ze willen geen baas worden en liefst ook geen baas hebben.
Het Gen Z-onderzoek van Deloitte van dit voorjaar vertelt iets anders. Zeventig procent van de Nederlandse Gen Z’ers wil op enig moment wel leidinggeven, maar slechts zeven procent noemt het een hoofddoel. De redenen om te aarzelen: stress, burn-out, te veel verantwoordelijkheid, geen balans.
Ze kijken dus naar hun leidinggevenden. En ze zien wat die rol kost.
Dat is geen afwijzing van structuur. Het is een vraag áán structuur. Waarom bestaat deze laag? Wat voegt die toe? En waarom ziet degene die hem vervult er zo moe uit?
Voor veel van ons was “omdat het zo hoort” genoeg. Deze generatie is opgegroeid met volwassenen die uitlegden in plaats van oplegden. Ze stellen de vraag die wij vaak hebben ingeslikt.
Dat schuurt. Wie jaren aan een positie heeft gebouwd, hoort in “waarom?” al snel “wat doe jij hier eigenlijk?”. Ik zie het in de praktijk: de leidinggevende die de vraag als aanval ervaart, en de jonge collega die de stilte als antwoord leest. Allebei haken ze een beetje af.
Voor mij is deze vraag niet nieuw. Bijna 25 jaar geleden schreef ik mijn scriptie over de niet-hiërarchische organisatie en wat die vraagt van HR-beleid, systemen en processen. Ik beschreef geen organisatie zonder structuur, maar een waarin leiders faciliteren en coachen, feedback van alle kanten komt en mensen samen de samenwerking vormgeven. De leider zorgt voor de richting en condities. Mijn conclusie bleef: een vorm van hiërarchie is nodig, zelfs wenselijk. Voor richting, en voor het moment waarop een besluit moet landen. Zonder dat wordt vrijheid chaos.
Wat toen een visie was, is nu de vraag van een nieuwe generatie.
Juist daar zit de kans. Een structuur die je kunt uitleggen, kunnen mensen dragen. Een structuur die je niet kunt uitleggen, draagt alleen nog zichzelf. Dat is bedding: niet de afwezigheid van lagen, maar lagen waar je op kunt vertrouwen omdat je weet waarvoor ze er zijn.
Wie die oefening eerlijk doet, ontdekt meestal twee dingen. Dat een deel van het organigram geen functie meer heeft, alleen nog een geschiedenis. En dat een ander deel onmisbaar is, maar nooit is uitgelegd.
De vraag van Gen Z is geen bedreiging voor leiderschap. Het is een uitnodiging om het opnieuw te verdienen.
De shift: Stop met het verdedigen van de structuur. Leg haar uit. En waar dat niet lukt, heb je je antwoord al.
Deze note komt uit de pen van Marie-Louise van Seggelen, oprichter OctoNunc